MARIANNE VAN DER HEIJDEN(Kerkrade 1922 – Maastricht 1998) Marianne van der Heijden studeerde tussen 1945-1950 monumentale vormgeving aan de Rijksacademie Amsterdam o.l.v. professor Heinrich Campendonk, in zijn jongere jaren lid van de befaamde schildersgroep Der Blaue Reiter, waarvan ook Wassily Kandinsky deel uitmaakte. Hij bleek een mild mens, maar als monumentaal vormgever een strenge leermeester: “Op de muur wordt niet gelachen en niet gehuild.”
Na haar studie keert ze terug naar haar geboortestreek, waar ze al gauw naam maakt. In 1970 stopt ze daar radicaal mee; het christelijke geloof en werken volgens voorschriften spreekt haar niet langer aan. Tot 1992 exposeert ze jaarlijks, vaak meer dan eens.
De gelukservaring om als kunstenares eindelijk vrij te zijn wordt echter regelmatig afgewisseld met ervaringen van diepe verlatenheid, verlangen naar bevrijding van alles wat een mens aan aarde kluistert. Haar laatste werk, pastels en beelddagboeken, ontstaan na het overlijden van haar partner in 1994, laat dat op indrukwekkende wijze zien. Vrij van iedere conventie, op een volstrekt persoonlijke manier en met een vakmanschap dat alleen wordt bereikt door een leven lang woekeren met een gegeven talent, spreekt ze met een kracht die ieder woord te boven gaat. Werken van haar zijn opgenomen in diverse musea en collecties, waaronder Museum Schloss Moyland (Bedburg-Hau, Duitsland), Bonnefantenmuseum (Maastricht), Museum Van Bommel Van Dam (Venlo), Catharijne Convent (Utrecht), Océ van der Grinten (Venlo), DSM kunstcollectie (Heerlen), Provinciale Staten van Limburg, Gemeente Maastricht. |
